Wetswijzigingen Bestuurs- en Omgevingsrecht januari 2018

Jan 8, 2018

De start van het nieuwe jaar gaat gepaard met enkele belangrijke wetswijzigingen. Zo is onder meer het Omgevingsvergunningsdecreet nu helemaal in werking getreden, en werden er enkele belangrijke wijzigingen doorgevoerd met de zgn. Codextrein. In dit nieuwsbericht lichten we de belangrijkste wijzigingen en nieuwigheden toe:

a) Aangaande de omgevingsvergunning

  • Gehele inwerkingtreding Omgevingsvergunningsdecreet: De stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning en milieuvergunning worden geïntegreerd in één vergunning, de omgevingsvergunning. Later worden ook de socio-economische vergunning en de vergunning voor vegetatiewijzigingen nog geïntegreerd. De procedure tot bekomen van een omgevingsvergunning werd integraal hervormd.     

  • Digitaal indienen van een aanvraag via het omgevingsloket: De aanvraag voor de omgevingsvergunning dient, op enkele uitzonderingen na, digitaal te worden ingediend via het omgevingsloket (www.omgevingsloket.be).  

  • Beperking van de toegang tot beroep tegen vergunningsbeslissingen: Indien de aanvraag conform de gewone procedure wordt behandeld, kan het betrokken publiek alleen beroep instellen indien zij tijdens het openbaar onderzoek een gemotiveerd standpunt, opmerking of bezwaar hebben ingediend. Er zijn uitzonderingen voorzien bv. indien aangetoond wordt dat de beroepsindiener in de onmogelijkheid was om een bezwaar in te dienen. Tegen deze beperking van de beroepsmogelijkheid werd intussen namens enkele milieuverenigingen beroep ingesteld bij het Grondwettelijk Hof.

  • Aanpassing vervaltermijn vergunning: Een omgevingsvergunning vervalt indien (a) men niet binnen de twee jaar na afgifte ervan is gestart met de aanvang van de werken, of (b) niet winddicht is binnen de vijf jaar na het verlenen van de definitieve omgevingsvergunning (ipv drie jaar na aanvang van de werken). De vervaltermijn voor een vergunning kan verlengd worden met 2 jaar als men kan aantonen dat de niet-verwezenlijking het gevolg is van een vreemde oorzaak die hem niet kan worden toegerekend.

  • As-Built attest: De architect kan op vraag van opdrachtgever een as-built attest opstellen. Van dit attest moet een afschrift bezorgd worden aan het college van burgemeester en schepenen. Het attest bevestigt de uitvoering van de vergunde stedenbouwkundige handelingen, al dan niet gecombineerd met werken die (a) niet vergunningsplichtig zijn, of (b) vrijgesteld zijn van vergunning, of (c) meldingsplichtig zijn voor zover de handelingen beperkt blijven tot handelingen binnen in gebouwen. Bovendien wordt er een technische tolerantiemarge, het zgn. ‘metsershaar’, ingevoerd. Deze handelingen worden niet beschouwd als strijdig met de verleende omgevingsvergunning. 

  • Vereenvoudiging van de herzienings- en opheffingsprocedure van verkavelingen op initiatief van de gemeente en op verzoek van de eigenaar(s): Er is bij de aanvraag geen aparte kennisgeving meer vereist maar gemeente zal actieve rol vervullen in procedure.

 

b) Aangaande de beoordeling van een omgevingsvergunningsaanvraag

  • Beperkter toepassingsgebied voor verkavelingsvergunningen: Er is geen verkavelingsvergunning meer vereist indien er na splitsing slechts één onbebouwde kavel overblijft. Een verkavelingsvergunning is enkel nog vereist als er twee (of meer) onbebouwde kavels ontstaan. Voor het afsplitsen van een stuk grond van een villaperceel om nadien te verkopen als bouwgrond is zodoende geen verkavelingsvergunning meer vereist.

  • Specifieke bepaling aangaande isolatiewerken: Het aanbrengen van gevelisolatie aan de buitenzijde van een woning tot max. 26 cm wordt beschouwd als aanpassingswerken binnen bestaande bouwvolume. Deze bepaling kan o.m. van belang zijn bij zonevreemde woningen.

  • Verkavelingsvoorschriften ouder dan 15 jaar geen verplichte weigeringsgrond meer voor vergunningsaanvragen: Een aanvraag moet niet meer geweigerd worden indien de aanvraag in strijd is met verkavelingsvoorschriften van verkavelingen ouder dan 15 jaar behalve voor wat betreft de verkavelingsvoorschriften die betrekking hebben op de wegenis of het openbaar groen.

  • Afwijkingsmogelijkheden voor handelingen sorterend onder voorschriften van oude BPA’s: De vergunning verlenende overheid mag afwijken van de voorschriften van BPA’s die ouder zijn dan vijftien jaar. Er zijn wel enkele belangrijke voorwaarden verbonden aan deze afwijkingsmogelijkheid. Zo kan er niet in elke bestemmingszone gebruik worden gemaakt van deze afwijkingsbepaling (bv. wel in woongebied, maar niet in woonparkgebied).

  • Invoering ‘verhoging ruimtelijk rendement’ als toetsingscriterium van de goede ruimtelijke ordening: De overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening wordt beoordeeld in functie van de gekende aandachtspunten, de beleidsmatig gewenste ontwikkelingen maar ook in functie van de bijdrage van het aangevraagde aan de verhoging van het ruimtelijk rendement. De rendementsverhoging dient te gebeuren met respect voor de kwaliteit van de woon- en leefomgeving en dient daarenboven verantwoord te zijn in de betrokken omgeving.

  • Tweede of bijkomende vrijstaande bedrijfswoning niet meer mogelijk: Vroeger kon getracht worden om een aparte tweede bedrijfswoning vergund te krijgen als het bedrijf op volwaardige wijze twee gezinnen kon voorzien. Een tweede bedrijfswoning zal enkel nog maar mogelijk zijn als dit inpandig is (in het bedrijf).  

  • Uitbreiding mogelijkheden voor werken aan beschermde monumenten, stads- en dorpsgezichten en cultuurhistorisch landschap op archeologische site: Er kan in afwijking van de voorschriften ontwikkeld worden na advies van het Agentschap. Dit advies moet niet meer gunstig zijn. Bij negatief advies is het afleveren van een vergunning dus mogelijk maar uiteraard zal er voor deze vergunning een verstrengde motiveringsverplichting zijn.  

  • Stallen voor weidedieren niet meer gekoppeld aan beroepslandbouw: Voor gebieden die tot de ‘landbouw’ behoren, in zoverre er geen bestaande stallen zijn, kan er (terug) een stal worden opgericht, niet gekoppeld aan beroepslandbouwbedrijf. De mogelijkheid is beperkt tot de oprichting van één stal, binnen een straal van vijftig meter van een hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte woning, met een maximale kroonlijst van 2,5 meter en een maximale vloeroppervlakte van 120m² per hectare graasland met een absoluut maximum van 200m². Een stalling is mogelijk in landbouwgebied, met uitzondering van ruimtelijk kwetsbaar gebied, bouwvrij agrarisch gebied of agrarisch gebied met overdruk natuurgebied. Er wordt eveneens een bijzondere vervalregeling voorzien indien er gedurende een periode van vijf opeenvolgende jaren geen weidedieren worden gehouden op het perceel waarop de vergunning betrekking heeft.

  • Historisch gegroeide tuincentra: De problematiek van de zonevreemde tuincentra (vaak gelegen in agrarisch gebied) wordt aangepakt door deze onder bijzondere voorwaarden toe te laten tot het planologisch attest. 


c) Aangaande ruimtelijke planning

  • Invoering ruimtelijke beleidsplannen: De ruimtelijke beleidsplannen zijn de opvolger van de ruimtelijke structuurplannen. Beleidsplannen kunnen ook voor een thema of een gebiedsdeel worden opgemaakt.

  • 50m-regel bij planschade: De decreetgever grijpt in nadat het Grondwettelijk Hof zich had uitgesproken over de beperking van planschadevergoeding door de zgn. 50m-regel (zie o.m. GwH nr. 140/2016, 10 november 2016). Enkel voor gebieden die ressorteren onder de gebiedsbestemming ‘woongebied’ zal de eerste 50 meter vanaf de rooilijn in aanmerking komen voor planschade. In alle andere bestemmingsgebieden geldt deze beperking zodus niet.

  • Invoering van “watergevoelige openruimtegebied” met het oog op de bescherming van de belangen van het watersysteem: Sinds 1 januari 2018 is er een decretale verankering van de zgn. ‘Signaalgebieden’. De Vlaamse regering zal een Waterkaart invoeren (cfr. de Boskaart) met een aanduiding van de gebieden waar een conflict bestaat tussen de verdere realisatie van een (harde) bestemming (bv. woongebied of industriegebied) en de belangen van het watersysteem. Deze kaart zal onderworpen worden aan een openbaar onderzoek. De aanduiding op de waterkaart heeft van rechtswege tot gevolg dat o.m. onbebouwde delen van een verkavelingsvergunning onmiddellijk vervallen. Ook worden de bebouwingsmogelijkheden ernstig beperkt. Er wordt in een afzonderlijke vergoedingsregeling voorzien

  • Eenvoudige herziening of opheffing mogelijk van BPA’s: Er wordt voorzien in een eenvoudige procedure tot herziening of opheffing van algemene en bijzondere plannen van aanleg. Deze mogelijkheid is evenwel beperkt tot de opgelijste stedenbouwkundige voorschriften die kunnen worden aangepast. Voor de opheffing of herziening moet een specifieke procedure worden doorlopen met adviesronde, openbaar onderzoek en beslissing van de gemeente die onderworpen is aan een schorsingstoezicht.


d) Aangaande handhaving

  • Misdrijfkwalificatie : Sedert 30 december 2017 voorziet artikel 6.1.1 VCRO in een bijkomende misdrijfkwalificatie onder punt 8°. Vermelde bepaling voorziet in een bestraffing voor handelingen die worden uitgevoerd, voortgezet of in standgehouden in – het nieuw gecreëerde - watergevoelig open ruimte gebied zoals aangeduid in artikel 5.6.8 VCRO. 

  • Stakingsbevel en administratieve geldboete : Volgens de tekst van de VCRO zoals deze voor de recente wijziging bestond, kon enkel een administratieve geldboete worden opgelegd indien er sprake was van een doorbreking van een reeds bekrachtigd stakingsbevel. Dit werd ook in die zin bepaald onder meer door de cassatiearresten van 29 mei 2015  en 31 maart 2017. Om bovenstaande reden werd voorzien in de aanpassing van artikel 6.1.49 VCRO zodat ook een geldboete kan worden opgelegd in geval van een doorbreking en dit vanaf het gegeven bevel tot staking.  Enkel indien het bevel uiteindelijk niet wordt bekrachtigd of wordt ingetrokken, kan er geen geldboete worden opgelegd.

  • Overgangsbepalingen bestuursdwang en last onder dwangsom : Verder wordt in de overgangsbepalingen nog uiteengezet dat de nieuwe bepaling in het Handhavingsdecreet over bestuursdwang en last onder dwangsom enkel van toepassing zijn indien het recht om een herstelvordering in te stellen is ontstaat voor de inwerkingtreding van het Handhavingsdecreet.

  • Overgangsbepalingen stakingsbevel : Verder bepaalt het nieuwe art. 7.7.8 VCRO dat de rechtsgevolgen van de stakingsbevelen dewelke werden opgelegd met miskenning van de termijnen voorzien in de omzendbrieven RO/2014/3 en RO/2015/01 van rechtswege vervallen vanaf de inwerkingtreding van het nieuwe Handhavingsdecreet.

  • Overgangsbepaling handhavers : Deze overgangsbepaling is in het leven geroepen zodat de reeds aangewezen lokale en intergemeentelijke handhavers zoals voorzien in artikel 6.1.5 van de VCRO hun bevoegdheid behouden bij de invoegetreding van het Handhavingsdecreet.  De daadwerkelijke aanstelling van de nieuwe verbalisanten ruimtelijk ordening zoals voorzien in het Handhavingsdecreet kan pas gebeuren vanaf de inwerkingtreding van vermeld decreet. Door te voorzien in een overgangsbepaling zoals hierboven uiteengezet kan worden voorzien in een overgangsperiode teneinde gebeurlijke hiaten op te vangen.

  • Overgangsbepaling Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering : In het nieuwe artikel 7.7.11 van de VCRO wordt uitdrukkelijk bepaald dat de bestaande leden van de Hoge Raad voor Handhavingsbeleid van rechtswege bekleed worden met een mandaat in de nieuwe Hoge Raad voor Handhavingsuitvoering, behoudens indien zij hiervan uitdrukkelijk afzien.


e) Aangaande Onteigeningen

  • Nieuw Vlaams Onteigeningsdecreet: Het onteigeningsdecreet van 24 februari 2017 zorgt voor een eenvormige onteigeningsprocedure voor alle onteigeningen binnen het Vlaams Gewest voor Vlaamse bevoegdheden. Voor onteigeningen gevoerd door de federale overheid zelf of door de federale overheid gemachtigde instellingen die op federale bevoegdheden betrekking hebben blijven de gewone onteigeningswet en de onteigeningswet hoogdringende omstandigheden dus wel nog van toepassing. Het decreet past ook op consequente wijze het subsidiariteitsprincipe toe. De lokale besturen kunnen voortaan autonoom beslissen of ze een onteigening uitvoeren. Nieuw is ook de mogelijkheid tot het onder bepaalde voorwaarden indienen van een verzoek tot zelfrealisatie door de te onteigenen eigenaar. Ook wordt een digitale behandeling van onteigeningsdossiers mogelijk gemaakt. Met het uitvoeringsbesluit van 27 oktober 2017 werden ook reeds een aantal praktische modaliteiten verder uitgewerkt.


f) Belangrijke toekomstige aandachtspunten

  • Het Handhavingsdecreet – schrapping voortzettingsmisdrijf : In het voorjaar 2018 zal in principe het decreet houdende handhaving van de Omgevingsvergunning dd. 25 april 2014 in voege treden.  De finaliteit van de handhaving zal door het Handhavingsdecreet volledig wijzigen.  Enkele van deze wijzigingen zijn de volgende : 

    • Naast het gerechtelijk hertsteltraject komt er een bestuurlijk hersteltraject;
    • Er wordt niet enkel voorzien in stedenbouwkundige misdrijven doch eveneens in stedenbouwkundige inbreuken;
    • De gewestelijke entiteit zal over de mogelijkheid beschikken om bestuurlijke geldboetes op te leggen;
    • De mogelijkheid tot kwijtschelding van dwangsommen wordt verlegd van de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid naar de burgemeester, gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur dan wel de Vlaamse Minister of diens gemachtigde;
    • ...

Ook de Codextrein bracht reeds enkele wijzigingen aan vermelde decreettekst waarvan de voornaamste wijziging de schrapping van het voortzettingsmisdrijf betreft.

De term ‘voortzetten’ wordt in de artikelen 6.2.1 en 6.2.2 van de toekomstige versie van de VCRO vervangen door de term ‘verder uitvoeren’. De onduidelijkheid omtrent het voortzettingsmisdrijf vindt zijn grondslag in het cassatiearrest van 14 oktober 2014, P.13.0209.N.  In vermeld arrest wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen enerzijds het voortzetten, hetwelk een actieve handeling noodzaakt, en het in stand houden, hetwelk een louter passieve gedraging betreft. Teneinde dit in de regelgeving duidelijker te stellen wordt daarom ‘voortzetten’ vervangen door ‘verder uitvoeren’

Het valt af te wachten op welke wijze de rechtspraak hierop zal reageren aangezien het voorgezet misdrijf zoals omschreven in art. 65 van het Strafwetboek blijft bestaan.

  • Het Instrumentendecreet: De Vlaamse regering werkt aan nieuwe instrumenten omtrent planologische ruil en verhandelbare bouwrechten. De Vlaamse regering zou het decreet een eerste maal hebben goedgekeurd einde 2017. Het decreet zal ongetwijfeld een belangrijk aandachtspunt worden in 2018.

  • De Waterkaart: De Vlaamse regering zal een Waterkaart opmaken met de aanduiding van alle zones waar de realisatie van een (harde) bestemming zou conflicteren met de waterhuishouding (zie boven). Deze Waterkaart heeft ingrijpende gevolgen in de bebouwingsmogelijkheden. Het zal dus van belang zijn om in 2018 bijzonder aandachtig te zijn voor het openbaar onderzoek. De aanspraak voor een schadevergoeding tgv van de Waterkaart wordt beperkt in de tijd (twee jaar na de dag van publicatie van het besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van de Waterkaart).

  • De Boskaart: De Vlaamse regering werkt eveneens aan de wederinvoering van de Boskaart (Meest Waardevolle Kwetsbare Bossen kaart). Deze kaart vormt een aanduiding van alle zones waar de realisaties van een (harde) bestemming zou conflicteren met de meest waardevolle bossen en heeft mogelijks ook ernstige eigendomsbeperkingen tot gevolg. Afwachten of er in 2018 een nieuwe boskaart wordt ingevoerd.


GSJ Real Estate


Berichten


08.01.2018
Wetswijzigingen Bestuurs- en Omgevingsrecht januari 2018
De start van het nieuwe jaar gaat gepaard met enkele belangrijke wetswijzigingen. Zo is onder meer het Omgevingsvergunningsdecreet nu helemaal in werking getreden, en werden er enkele belangrijke wijzigingen doorgevoerd met de zgn. Codextrein. In dit nieuwsbericht lichten we de belangrijkste wijzigingen en nieuwigheden toe: Meer…
04.01.2018
Nieuwjaarswensen
Bij het begin van dit nieuwe jaar willen wij u bedanken voor uw vertrouwen en de goede samenwerking. Namens het hele team wensen we u het allerbeste toe voor 2018. Meer…





22.12.2017
GRUP Uplace vernietigd
In een arrest van 22 december 2017 gaat de Raad van State opnieuw over tot vernietiging van het GRUP waarbinnen o.a. het Uplace-project ligt. GSJ advocaten trad op voor een van de verzoekende partijen. Het arrest is hieronder terug te vinden. Meer…


11.12.2017
Aansprakelijkheid voor winterse valpartijen en ongevallen
De winter is weer volop in het land. Naast dolle pret leidt dit ook steevast tot overwerk op de spoeddiensten van onze ziekenhuizen. Valpartijen en ongevallen zijn haast onvermijdelijk. Eén van de vragen daarbij is of daarvoor een derde kan aangesproken worden. Veelal wordt dan in de richting van de overheid gekeken. Wat betreft de overheid is dit toch niet zo vanzelfsprekend, alhoewel niet uitgesloten. Misschien zijn er nog andere mogelijkheden! Meer…
30.11.2017
Zesde Antwerps JuristenCongres
Op 8 december 2017 zal het zesde Antwerps JuristenCongres doorgaan. Het onderwerp van dit vijfjaarlijkse congres is ditmaal ‘Digitalisering en recht’. De invloed van de digitalisering op de verschillende rechtstakken wordt geanalyseerd vanuit verschillende invalshoeken. De key note spreker op de openingszitting is Pieter Gunst en Markus Hartung is de key note spreker van de slotvergadering. Daarnaast is er mogelijkheid tot het bijwonen van een aantal workshops. Meer…





10.11.2017
GSJ sollicitantendag 2017
Op 14 december 2017 organiseert GSJ advocaten haar jaarlijkse GSJ sollicitantendag. Indien je interesse hebt om bij ons te werken als kandidaat-stagiair, aarzel dan niet je in te schrijven. Tijdens deze dag geven we je uitleg over wat het beroep van advocaat inhoudt, in het algemeen en bij GSJ. We vertellen je wat je als stagiair van ons mag verwachten en wat wij van jou verwachten, waarbij het perspectief van een samenwerking op lange(re) termijn ons uitgangspunt is. Meer…
07.11.2017
Naar een gemoderniseerd Vennootschapsrecht

Er gaan al geruime tijd stemmen op om het Belgisch vennootschapsrecht te moderniseren, zowel vanuit juridisch-academisch perspectief als wegens de praktische noden van het bedrijfsleven. Naast een nood aan modernisering dwingt de realiteit van globalisering België om de internationale tendensen te volgen en om zich concurrentieel te positioneren in de zgn. ‘Competition for Corporate Charters’. Een eerste initiatief tot modernisering in deze richting werd genomen door het Belgisch Centrum voor Vennootschapsrecht (BCV), een groepering van prominente academici binnen het praktijkgebied, dat nadacht over welke richting een mogelijke hervorming zou kunnen uitgaan en hierover een nota overmaakte aan de regering. Sinds het najaar van 2014 neemt de regering concrete stappen om een daadwerkelijke modernisering van het Wetboek van Vennootschappen door te voeren.

Meer…


17.10.2017
Congres 'Verzekeren in de bouw'
Op donderdag 19 oktober 2017 zijn Mr. Dirk Erreygers en Mr. Gert Geerts te gast als sprekers op het congres 'Verzekeren in de bouw' georganiseerd door EBP. Zij zullen de focus leggen op de aansprakelijkheid van en voor buitenlandse onderaannemers. Het congres vindt plaats in het Thon Hotel Bristol Stephanie te 1050 Elsene, Louizalaan 91-93. Alle informatie is terug te vinden onder deze link. Meer…





12.07.2017
De kettingbotsingsclausule: einde van een tijdperk - het nieuwe art. 29ter WAM-wet
Bijna 15 jaar lang heeft de beruchte kettingbotsingsclausule, art. 19bis-11, §2 WAM-wet, ons rechtsstelsel beheerst, en een belangrijke rol gespeeld in ons verkeersrecht. Het was een bepaling die in 2002 werd ingevoerd omwille van een door het Grondwettelijk Hof vastgestelde ongelijkheid. Doch de libellering ervan deed meer vragen rijzen dan antwoorden bieden, en de hoogste rechtscolleges van ons land dienden meer dan eens in te grijpen om duidelijkheid te brengen. Meer…





29.05.2017
Eerste toepassing 'bid rigging' bij overheidsopdrachten

Tot nog toe had de BMA nog nooit een sanctie opgelegd voor collusie in het kader van overheidsopdrachten, hoewel zij in het verleden meermaals verklaarde dat het bestrijden van oneerlijke mededinging bij overheidsopdrachten één van haar prioriteiten uitmaakte. Recent voegde de BMA meteen de daad bij het woord. Op 2 mei 2017 werd voor het eerst een substantiële boete opgelegd voor kartelvorming tussen vijf grote spelers in het kader van een openbare aanbesteding.

Meer…


12.04.2017
Seminarie Privacy en Databescherming 16 mei 2017
GSJ advocaten nodigt u graag uit voor het seminarie Privacy en Databescherming, dat op 16 mei 2017 zal plaatsvinden in onze kantoren. Op 26 mei 2016 is de nieuwe Privacy Verordening (die afgekort ook aangeduid wordt als de “GDPR”) in werking getreden. Deze Verordening voorziet in een overgangsperiode van 2 jaar, maar zal met ingang van 25 mei 2018 in de plaats komen van onze huidige Belgische privacywetgeving. Meer…





21.02.2017
‘Bid rigging’ bij overheidsopdrachten: een stap in onberoerde sneeuw

Op 31 januari 2017 publiceerde de Belgische Mededingingsautoriteit (BMA) een praktische gids om ‘bid rigging’ door deelnemers aan een overheidsopdracht tegen te gaan. Dit document, dat eerder enkele basisprincipes bevat dan bindende regels, zet de visie uiteen van de BMA op welke handelingen (afgestemde biedingen, (prijs)afpraken, etc.) of signalen (het uitwisselen van informatie tussen kandidaten, etc.) kunnen wijzen op onwettige mededinging (kartelvorming) tussen deelnemers aan een overheidsopdracht. De BMA licht ook toe in welke marktomstandigheden of -segmenten zich volgens haar een verhoogd risico voordoet. Ten slotte bevat de gids ook tips voor de aanbestedende overheden om het risico op collusie te verminderen.

Meer…
26.01.2017
Pop-up decreet 17 juni 2016
Op 26 juli 2016 werd het decreet van 17 juni 2016 houdende huur van korte duur voor handel en ambacht in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Meer…





08.11.2016
Over de aansprakelijkheid van de vrijwilliger. Het begrip "vrijwilliger": ruimer dan vermoed!
Het was haast tien jaar wachten op een eerste gepubliceerd arrest aangaande de Vrijwilligerswet van 3 juli 2005. De primeur gaat naar het hof van beroep van Gent met het arrest van 6 februari 2014 (Gent 6 februari 2014, RW 2016, 230, noot T. VANSWEEVELT en B. WEYTS). Het hof liet de gelegenheid niet onbenut om hier en daar de puntjes op de i te plaatsen, overigens met – spijtig genoeg voor de betrokkene – verstrekkende gevolgen voor de eisende partij. Meer…