Op 4 september 2026 keurde de Vlaamse Regering een wijzigingsbesluit goed dat de bevoegdheidsverdeling voor omgevingsvergunningsaanvragen tussen gemeenten, provincies en het Vlaamse niveau bijstuurt. Het gaat om wijzigingen aan het Besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2015 tot aanwijzing van de Vlaamse en provinciale projecten. Met de hervorming wil de Vlaamse Regering komen tot een meer logische bevoegdheidsverdeling, waarbij dossiers zoveel mogelijk worden behandeld op het bestuursniveau dat het best aansluit bij hun aard en ruimtelijke impact.
De wijzigingen zijn relevant voor projectontwikkelaars, lokale besturen en exploitanten die willen inschatten welk bestuursniveau voortaan bevoegd is voor hun vergunningsaanvraag. Vooral bij beperkte uitbreidingen of functiewijzigingen aan grote gebouwen, gebouwencomplexen en kleinhandelscomplexen kan de bevoegde overheid wijzigen.
We zetten de belangrijkste wijzigingen en hun praktische gevolgen hieronder op een rij.
- Tijdelijke overwelvingen en inbuizingen van waterlopen
De loutere aanwezigheid van een tijdelijke overwelving of inbuizing van een waterloop zal voortaan niet langer op zich bepalend zijn om uit te maken welke vergunningverlenende overheid bevoegd is. Het totale project wordt doorslaggevend. Afhankelijk van het project zal hetzij de gemeente, hetzij de provincie bevoegd zijn.
Dijken en gelijkaardige natte en droge infrastructuur blijven een bevoegdheid van de Vlaamse Regering.
- Gebouwen of gebouwencomplexen en grootschalige kleinhandel
Wat aanvragen voor gebouwen of gebouwencomplexen betreft wordt het begrip ‘nuttige vloeroppervlakte’ verlaten en vervangen door het begrip ‘bruto vloeroppervlakte’. Hiermee wordt de som van de vloeroppervlakte voor alle bouwlagen bedoeld, met inbegrip van de buitenmuren.
Het loutere feit dat een gebouw of een gebouwencomplex minstens 50.000m² nuttige vloeroppervlakte omvat, volstaat niet langer om de Vlaamse Regering bevoegd te maken voor elke wijziging of uitbreiding aan het gebouw of gebouwencomplex. Enkel wanneer de uitbreiding of vergunningsplichtige functiewijziging zelf minstens 50.000m² bruto vloeroppervlakte omvat, is de Vlaamse Regering bevoegd. Op die manier wil de Vlaamse Regering vermijden dat ook beperkte ingrepen aan bestaande grote gebouwen of gebouwencomplexen automatisch op Vlaams niveau worden behandeld. De Vlaamse bevoegdheid blijft zo voorbehouden voor projecten met een voldoende grote ruimtelijke impact.
De bestaande uitzondering voor gemeenten met meer dan 200.000 inwoners blijft wel behouden. In de praktijk betekent dat dat de steden Antwerpen en Gent bevoegd blijven voor deze categorie van aanvragen. Ook de functies wonen, landbouw in de ruime zin en industrie en bedrijvigheid blijven uitgesloten.
Voor kleinhandelsactiviteiten volgt men dezelfde filosofie als bij de grote gebouwen of gebouwencomplexen. Vandaag is de deputatie bevoegd voor aanvragen over kleinhandel met een netto handelsoppervlakte tussen de 20.000 m² en 50.000m² buiten de centrumsteden (Aalst, Antwerpen, Brugge, Genk, Gent, Hasselt, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oostende, Roeselare, Sint-Niklaas en Turnhout). Ook beperkte uitbreidingen of wijzigingen van die bestaande kleinhandelscomplexen behoren tot de bevoegdheid van de provincie. Daardoor gaan ook relatief beperkte uitbreidingen of wijzigingen van bestaande handelscomplexen naar het provinciale niveau. Met de doorgevoerde wijzigingen wil men die praktijk tegengaan en de bevoegdheid van de provincie beperken tot projecten over kleinhandelsactiviteiten waarbij de totale netto handelsoppervlakte toeneemt met meer dan 20.000m² en minder dan 50.000m² of een vergunningsplichtige functiewijziging betrekking heeft op minstens 20.000m² en minder dan 50.000m² netto handelsoppervlakte. In de centrumsteden blijft de gemeente bevoegd voor deze aanvragen.
Verder voorziet het besluit in de beperking van de Vlaamse bevoegdheid voor aardwarmteprojecten en golfterreinen en bestempelt het de ‘Einsteintelescoop’ tot een Vlaams project.
De wijzigingen treden in werking op 3 november 2026. De Vlaamse Regering voorziet in de nodige overgangsmaatregelen voor aanvragen die zijn ingediend vóór die datum en voor lopende complexe projecten.
De advocaten uit onze vakgroep Bestuurs- en Omgevingsrecht volgen deze ontwikkelingen nauwgezet op en staan u graag bij met advies over de gevolgen voor lopende of toekomstige vergunningsaanvragen.