Vanaf 1 april 2026 treedt in Vlaanderen een grondige hervorming van de omgevingshandhaving in werking.
Deze hervorming betekent dat de handhaving van ruimtelijke ordening, milieu, erfgoed, logies en handelsvestigingen — sectoren die vandaag elk met hun eigen regels en instrumenten werken — vanaf 2026 in grote mate dezelfde procedurele spelregels zullen volgen. Zo worden toezicht, opsporing, herstel, beveiliging en bestuurlijke sanctionering voortaan op dezelfde manier geregeld. De harmonisering moet ertoe leiden dat handhavingsinstanties efficiënter kunnen samenwerken.
We geven hieronder enkele vernieuwingen kort weer:
De verjaring van herstelvorderingen voor stedenbouwkundige misdrijven hing voorheen af van het bestemmingsgebied waarin het misdrijf werd gepleegd en bedroeg 5 of 10 jaar, te rekenen vanaf de dag waarop het misdrijf is voltooid. Vanaf april 2026 zal de overheid nog 5 jaar hebben om herstel te vorderen, te rekenen vanaf het moment dat zij weet heeft van de schade én de vermoedelijke overtreder. Daarnaast geldt een absolute maximumtermijn van 20 jaar vanaf het moment waarop de feiten zijn gepleegd. Na die 20 jaar kan herstel niet meer worden gevorderd, ook niet als de overheid pas later kennis neemt van de schade. Belangrijk is dat rekening moet worden gehouden met het gegeven waarin de herstelvordering niet kan verjaren vóór de strafvordering waar sedert 28 april 2024 voor wanbedrijven een verjaringstermijn van 10 jaar geldt.
Verder wordt een handhavingsverzoek ingevoerd. Dit geeft elke belanghebbende partij — bijvoorbeeld een buurman die hinder ondervindt — het recht om een formeel verzoek in te dienen om een herstel- of beveiligingsmaatregel te laten opleggen. De mogelijkheid tot het instellen van een verzoek tot handhaving bestond tot nu toe enkel voor milieumisdrijven, en wordt met deze hervorming ook geïntroduceerd voor stedenbouwkundige misdrijven.
Ook het beboetingstraject wijzigt aanzienlijk. Het parket beschikt voortaan over drie maanden, verlengbaar tot hoogstens een jaar, om te beslissen of het strafrechtelijk vervolgt. Bij gebrek aan beslissing wordt het dossier geacht geseponeerd, maar anders dan vroeger kan de overheid dan nog steeds een bestuurlijke geldboete opleggen. Het administratieve spoor wordt daarmee sterker autonoom.
Op het vlak van herstel wordt de klassieke minnelijke schikking volledig vervangen door de herstelschikking, een formele regeling die in een notariële akte wordt vastgelegd en die, afhankelijk van de materie, moet worden bekrachtigd door de Vlaamse Herstelraad of de bevoegde leidend ambtenaar. Deze schikking kan bestaan uit aanpassingswerken, volledig of gedeeltelijk herstel, of een financieel equivalent — dat volgens het nieuwe kader doorgaans hoger ligt dan vandaag.
Tot slot worden ook de procedurele waarborgen grondig herwerkt. Het Omgevingshandhavingsbesluit bepaalt onder meer de bevoegdheden van toezichthouders, de regels voor technische controles, de beroepsprocedures tegen herstelbeslissingen en de werking van de Vlaamse Herstelraad.