Vlaanderen zet de gewijzigde Europese Richtlijn Industriële Emissies (Richtlijn (EU) 2024/1785) gedeeltelijk om. De nieuwe regels wijzigen onder meer het DABM, het Omgevingsvergunningsdecreet, VLAREM II en III, het VLAREL en het Omgevingshandhavingsbesluit. Ze versterken het milieubeheer van industriële installaties en scherpen bepaalde vergunningsvoorwaarden aan.
Milieubeheersysteem vervangt de milieuaudit
De bestaande milieuaudits maken plaats voor een permanent milieubeheersysteem. In de VLAREM-indelingslijst geven de nieuwe codes M1 en M2 aan welke verplichtingen gelden. M1-inrichtingen — hoofdzakelijk GPBV-installaties en een beperkt aantal andere installaties met een belangrijke potentiële milieu-impact — moeten uiterlijk op 1 juli 2027 over zo’n systeem beschikken en het minstens om de drie jaar extern laten auditeren. Voor M2-inrichtingen geldt als uiterste datum 1 juli 2028, zonder verplichte periodieke externe audit. De code bij de toepasselijke VLAREM-rubriek is steeds bepalend.
GPBV-installaties moeten daarnaast een inventaris bijhouden van de aanwezige en uitgestoten gevaarlijke stoffen, de risico’s voor mens en milieu beoordelen en nagaan of veiligere alternatieven mogelijk zijn.
Milieucoördinator blijft, erkenning verdwijnt
De functie van milieucoördinator blijft behouden en wordt inhoudelijk versterkt. De formele erkenningsregeling verdwijnt vanaf 1 januari 2027. De kwalificatievoorwaarden, taken en kwaliteitsvereisten worden voortaan rechtstreeks geregeld in VLAREM II. De eindverantwoordelijkheid blijft bij de exploitant.
Strengere vergunningsvoorwaarden en monitoring
De vergunningverlenende overheid stelt de emissiegrenswaarden voor GPBV-installaties in beginsel vast op het strengste niveau dat binnen de Europese BBT-bandbreedte haalbaar is. Daarnaast moet de vergunning milieuprestatiegrenswaarden en monitoringseisen bevatten voor onder meer het gebruik en hergebruik van water, energie en grondstoffen en de productie van afval.
Een ruimere regeling geldt wanneer de toepassing van de beste beschikbare technieken niet volstaat om een milieukwaliteitsnorm na te leven. In dat geval moet de vergunningverlenende overheid bijzondere milieuvoorwaarden opleggen die de specifieke bijdrage van de betrokken ingedeelde inrichting of activiteit aan de verontreiniging verminderen. Heeft de uitgestoten vracht verontreinigende stoffen een meetbaar of kwantificeerbaar effect op het ontvangende milieu, dan moet de vergunning ook in monitoring voorzien, tenzij de overheid die monitoring al waarborgt. Voor luchtmetingen doet de overheid een beroep op de Vlaamse Milieumaatschappij, op kosten van de exploitant.
Transformatieplannen en ruimte voor innovatie
GPBV-installaties moeten gefaseerd een transformatieplan opstellen waarin zij aangeven hoe zij tussen 2030 en 2050 bijdragen aan een duurzame, circulaire, hulpbronnenefficiënte en klimaatneutrale economie. Voor bepaalde energie-intensieve installaties geldt 30 juni 2030 als eerste uiterste datum.
De nieuwe regeling voorziet daarnaast in tijdelijke afwijkingsmogelijkheden voor het testen van technieken in opkomst en voor uitzonderlijke crisissituaties. Bij een ingrijpende industriële transformatie kan onder strikte voorwaarden een langere uitvoeringstermijn gelden.
Ook procedurele en algemene wijzigingen
Het begrip “betrokken publiek” in het Omgevingsvergunningsdecreet wordt uitgebreid tot organisaties die zich inzetten voor de bescherming van de menselijke gezondheid, voor zover zij voldoen aan de voorwaarden van het nationale recht. Verder wordt geur uitdrukkelijk opgenomen in de algemene definitie van “verontreiniging” in het DABM. Die laatste wijziging geldt niet alleen voor GPBV-installaties.
Ook de VLAREM-indelingslijst wordt aangepast. Nieuwe en gewijzigde rubrieken bepalen welke activiteiten als GPBV-installatie gelden en welke codes en voorwaarden van toepassing zijn. Voor lopende en nieuwe dossiers is een controle van de actuele indeling daarom aangewezen.
Wanneer treden de wijzigingen in werking?
De meeste wijzigingen treden in werking op 3 november 2026. De opheffing van de erkenningsregeling voor milieucoördinatoren en enkele samenhangende VLAREL-bepalingen volgen op 1 januari 2027.
Onze advocaten van de vakgroep Bestuurs- en Omgevingsrecht adviseren u graag over de concrete gevolgen van deze wijzigingen voor uw onderneming of project.