31.10.2025
Raad van State verwerpt nu ook de beroepen tegen het provinciaal beleidsplan ruimte Limburg
Vorige week berichtten we nog dat de Raad van State de beroepen tegen het provinciaal beleidsplan ruimte Antwerpen heeft verworpen.
Op 29 oktober (nrs. 264.683 en 264.684) deed de Raad van State hetzelfde met de beroepen tegen de beslissing van de provincieraad van de provincie Limburg van 21 februari 2024 om het provinciaal beleidsplan ruimte Limburg “Ruimtepact 2040” (hierna: PBRL) definitief vast te stellen. Deze beroepen werden ingesteld door de gemeente Alken en een aantal particulieren.
GSJ vertegenwoordigde succesvol de belangen van de provincie Limburg bij deze procedures en is trots zo te hebben bijgedragen aan het definitief karakter van het PBRL.
Het PBRL zet o.m. in op kernversterking en rendementsverhoging, waarbij bijkomend ruimtebeslag wordt teruggedrongen. In het kader daarvan voorziet het PBRL in een selectie, afbakening en typering van kernen. Voor elk kerntype bepaalt het PBRL vervolgens de verwachte woningbehoefte en legt het een woningobjectief vast (benodigde aantal woningen om de verwachte groei op te vangen). Het PBRL voorziet in een verdeling van de woningmarkt waarbij ‘lokale kernen’ maximum 30% van de woningmarkt toebedeeld krijgen en ‘bovenlokale kernen’ 70% van de woningmarkt. Gemeenten kunnen dit hanteren als richtinggevend kader om hun beleidsvisie inzake wonen verder uit te werken. Het PBRL beoogt verder ook om slecht gelegen bedrijventerreinen en recreatiegebieden te herbestemmen. Het PBRL voorziet in een lijst van die gebieden.
Één van de beroepsindieners is de gemeente Alken. Zij betwist o.m. de bevoegdheid van de provincie tot de opmaak van het voorgestelde woonbeleid en de bijhorende kernselectie en typering. Zij argumenteert dat het niet duidelijk is welke onderzoeken aan de basis van de kerntypering liggen en oordeelt dat de kwalificatie van haar gemeente als bestaande uit drie lokale kernen haar groeimogelijkheden zou beperken. Daarnaast betwist zij de aanwijzing van het bedrijventerrein Brouwerij-Alken als mogelijk te herbestemmen bedrijventerrein. Verder voert zij aan dat er in het plan-MER geen ernstig onderzoek zou zijn gevoerd naar de milieueffecten van de verdeling van het woningobjectief en dat er geen alternatieve verdelingen zijn onderzocht.
De Raad van State veegt de argumenten van de gemeente nu van tafel. In de eerste plaats bevestigt de Raad van State de bevoegdheid van de provincie tot de opmaak van het voorgestelde woonbeleid als deel van de bovenlokale taakbehartiging. De Raad oordeelt verder dat de selectie en typering van de kernen op voorbereidend studiewerk, datagegevens, input van gemeenten en diverse contextfactoren is gebaseerd. De Raad geeft daarnaast aan dat de verwachte groeicijfers die en het woningobjectief dat het PBRL hanteert slechts richtinggevend zijn en vatbaar zijn voor actualisatie. Tot slot bevestigt de Raad ook in deze arresten dat het volstaat dat de milieueffectenbeoordeling zich op strategisch niveau situeert aangezien het een beleidsplan betreft. Het plan-MER moest dan ook niet alle denkbare effecten van het PBRL afzonderlijk onderzoeken. Tot slot benadrukt de Raad dat de herbestemming van de Brouwerij-Alken slechts een mogelijkheid betreft die verder ruimtelijk onderzoek vereist.
Het andere beroep werd ingediend door de eigenaars van percelen gelegen in een gebied dat het PBRL kwalificeert als een mogelijk te herbestemmen recreatiegebied. De Raad van State verklaart het beroep echter onontvankelijk. De Raad benadrukt dat het PBRL niet als dwingend instrument ter beoordeling van vergunningsaanvragen van derden is bedoeld. Het kan hoogstens op grond van artikel 4.3.1, §2, VCRO als beleidsmatig gewenste ontwikkeling in rekening worden gebracht door de vergunningverlenende overheid bij de beoordeling van de verenigbaarheid van een project met de goede ruimtelijke ordening. Het brengt dan ook niet dadelijk werkende nadelige rechtsgevolgen teweeg voor de eigenaars in kwestie.
Voor meer informatie kan je contact opnemen met onze vakgroep Bestuurs- en Omgevingsrecht.