Deze week (op 3 december 2018) is
Verordening (EU) 2018/302
van toepassing geworden, waardoor bepaalde vormen van geoblocking verboden
worden.
Geoblocking is de naam van de
praktijk waarbij handelaren die in een lidstaat opereren, de toegang tot hun
online-interfaces, zoals websites en apps, blokkeren of beperken (onder meer
door andere voorwaarden te hanteren) voor klanten uit andere lidstaten die
grensoverschrijdende transacties wensen te verrichten. De Europese instellingen stellen vast dat
dergelijke praktijk een obstakel is dat door private partijen wordt gecreëerd,
maar waardoor de interne markt niet tot volledige ontplooiing kan komen.
Echter, tegelijk wordt ook erkend dat de praktijk van geoblocking in een aantal
gevallen gerechtvaardigd kan zijn. Daarbij wordt vooral verwezen naar
micro-ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen, waarvoor de
uiteenlopende rechtskaders en daarmee gepaard gaande rechtsonzekerheid op vlakken als de toepasselijke regelgeving
inzake consumentenbescherming, de regelgeving inzake milieu of etikettering,
belasting- en fiscale kwesties, leveringskosten of taalvereisten, aanzetten tot
terughoudendheid om commerciële betrekkingen aan te gaan met klanten uit andere
lidstaten. Anderzijds wordt gewezen op het feit dat bepaalde handelaren de interne markt
kunstmatig langs binnengrenzen opdelen in segmenten en zo het vrije verkeer van
goederen en diensten belemmeren. Het is deze laatste praktijk waaraan de
Verordening een halt wil toeroepen.
De verordening strekt ertoe te
verduidelijken in welke gevallen er geen rechtvaardiging kan bestaan voor
verschillen in behandeling op grond van
nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging van de klant. Die regels vinden hun oorsprong in de
vaststelling van het niet doeltreffend blijken van de eerdere, door middel van
de Dienstenrichtlijn
opgelegde, verplichting voor de lidstaten om erop toe te zien dat dienstverrichters afnemers van diensten niet
verschillend behandelen op grond van hun nationaliteit of verblijfplaats. De
nieuwe Verordening schrift zich dan ook in binnen het ruimere kader van de
Dienstenrichtlijn, waarvan de bepalingen prevaleren op deze van de huidige Verordening.
Om de hiervoor aangehaalde
doelstellingen te bereiken, mogen handelaren in de eerste plaats de toegang van
klanten tot hun online-interface (bv zijn website of mobiele applicatie) niet
door middel van technologische maatregelen of op enige andere wijze blokkeren
of beperken om redenen die verband houden met de nationaliteit, verblijfplaats
of plaats van vestiging van de klant. Evenmin mag een handelaar een klant,
tenzij met uitdrukkelijke instemming van deze laatste, om de hiervoor
aangehaalde redenen doorgeleiden naar een versie van zijn online-interface die
verschilt van de online-interface waartoe de klant eerst toegang probeerde te
krijgen. Een en ander geldt niet indien de doorgeleiding noodzakelijk is om aan
een wettelijke verplichting te voldoen. Die noodzaak moet dan echter duidelijk
door de handelaar aan de gebruiker gecommuniceerd worden.
Wat evenmin toegelaten wordt, is
dat handelaren verschillende algemene voorwaarden gaan hanteren in functie van
de nationaliteit, de verblijfplaats of de plaats van vestiging van de klant.
Het is vooral op dit punt dat de verordening toch ook rekening houdt met de
belangen van de handelaren, door te stellen dat dit verbod enkel geldt voor
aankopen van goederen die geleverd worden op een plaats die de verkoper aanbiedt
of voor het afnemen van diensten in lidstaten waar de handelaar actief is. Het
voorgaande betekent uitdrukkelijk niet dat andere voorwaarden of prijzen
absoluut onmogelijk zouden worden, mits een en ander evenwel niet op
discriminerende basis gebeurt. Ook wanneer een Unierechtelijke of nationale
bepaling de vrijheid van de handelaar beperkt, speelt het verbod niet. Op dit
punt zal telkens enig concreet onderzoek zich zeker opdringen.
Op overeenstemmende wijze wordt
vervolgens voorzien dat ook op het vlak van de betaling geen discriminatie op
grond van nationaliteit of plaats van verblijf of vestiging kan gehanteerd
worden.
Een en ander laat de regels die
van toepassing zijn op het gebied van de belastingen onverlet, net als de
regels die van toepassing zijn op het gebied van de auteursrechten en de
naburige rechten en
de activiteiten die bedoeld zijn in artikel 2, lid 2, van de Dienstenrichtlijn.
Tot slot kan nog opgemerkt worden
dat uit het feit dat een handelaar de toegang tot zijn website vanuit bepaalde
lidstaten niet blokkeert of beperkt, niet kan afgeleid worden dat die handelaar
zijn activiteiten op elke niet geblokkeerde of beperkte lidstaat richt. Onder
meer wat betreft de passieve verkopen brengt deze verordening dus geen
wijziging ten aanzien van de Groepsvrijstellingsverordening Verticale
Overeenkomsten of
artikel 101 VWEU.