De Vlaamse Regering wil de omgevingsvergunningsprocedure ingrijpend hervormen. Een nieuw voorontwerp van decreet zet sterker in op vooroverleg, oplossingsgericht werken tijdens de procedure en herstel van mogelijke onwettigheden vóór een dossier bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen belandt.
Het voorontwerp vormt een eerste decretale vertaling van een aantal aanbevelingen uit het Actieprogramma voor rechtszekere en robuuste vergunningen. Na een adviesronde keurde de Vlaamse Regering het op 17 juli 2026 voor de tweede keer principieel goed. Het advies van de Raad van State wordt ingewonnen. De regeling is dus nog niet definitief en kan nog wijzigen. Hierna volgt een overzicht van de belangrijkste wijzigingen die worden voorgesteld.
Drievoudige pauzeknop moet ruimte creëren voor oplossingen en cours de route
De (drievoudige) pauzeknop is één van de opvallendste nieuwe instrumenten in het voorontwerp. Op verzoek van de aanvrager kan de beslissingstermijn maximaal drie keer per administratieve aanleg met zestig dagen worden verlengd. Die vaste termijnverlenging moet bijkomende ruimte bieden voor overleg, onderzoek en projectaanpassingen tijdens het vergunningstraject. Zo kunnen eventuele problemen nog tijdens de procedure worden opgelost om alsnog tot een vergunbaar project te komen.
De pauzeknop kan niet worden gebruikt tijdens een lopend openbaar onderzoek of tijdens de adviestermijnen, behalve tijdens de adviestermijn van de omgevingsvergunningscommissie. De overheid hoeft de verlengde termijn niet volledig te benutten en mag eerder beslissen.
Meer regie en verantwoordelijkheid voor de aanvrager
Er wordt een decretaal recht op vooroverleg ingevoerd. Het vooroverleg heeft een informeel karakter, blijft flexibel georganiseerd en wordt afgestemd op de aard van het project. Via dit vooroverleg hoopt men eventuele problemen tijdig te signaleren en nog op te lossen voor de vergunningsaanvraag effectief wordt ingediend.
Ook het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek ondergaat ingrijpende wijzigingen. De vergunningsaanvrager zal de touwtjes steviger in handen houden. Merkt een vergunningverlenende overheid dat een aanvraag niet ontvankelijk of onvolledig is, dan deelt zij eenmalig de vastgestelde gebreken mee en verzoekt ze de aanvrager de aanvraag in te trekken of te vervolledigen. De aanvrager beslist vervolgens hoe hij hiermee omgaat. Hij kan zijn aanvraag intrekken, de aanvraag vervolledigen of meedelen dat hij een intrekking of vervollediging niet noodzakelijk acht. Reageert de aanvrager niet binnen zestig dagen na het verzoek tot intrekking of vervollediging, dan wordt de aanvraag van rechtswege stopgezet.
Daarmee wordt afgestapt van het huidige systeem, waarbij de vergunningverlenende overheid of de bevoegde omgevingsambtenaar oordeelt over de ontvankelijkheid en volledigheid van de aanvraag en beslist of het dossier verder wordt behandeld. In het voorgestelde systeem ligt de keuze om de procedure voort te zetten in beginsel bij de aanvrager zelf, zij het op eigen risico. Het volledigheids- en ontvankelijkheidsonderzoek moet dus niet meer worden afgesloten met een beslissing hierover.
Volgens de memorie van toelichting beoogt deze wijziging meer duidelijkheid te creëren over het aanvangspunt van de procedure en de toepasselijke behandelingstermijnen.
Versterkte rol van adviesinstanties en omgevingsvergunningscommissies
Adviesinstanties zullen voortaan met preadviezen werken ter voorbereiding van het geïntegreerde advies van de omgevingsvergunningscommissie. Die commissie krijgt uitdrukkelijk een overleg-, bemiddelings- en probleemoplossende rol. Door aanvragers, adviesinstanties, lokale besturen en andere betrokken actoren vroeger en intensiever met elkaar in dialoog te brengen, hoopt de decreetgever te komen tot beter onderbouwde, meer gedragen en toekomstgerichte vergunningsbeslissingen.
In dat kader vormt ook de eerder besproken pauzeknop een belangrijk instrument. Die moet bijkomende ruimte creëren voor overleg en bijsturing, bijvoorbeeld wanneer een initiatiefnemer geconfronteerd wordt met een ongunstig preadvies en nog aanpassingen aan het project wil onderzoeken of doorvoeren. In dat geval moet de aanvrager niet wachten tot een negatieve eindbeslissing volgt. Hij kan op de ‘pauzeknop’ drukken en de procedure tijdelijk vertragen om samen met de adviesinstantie naar oplossingen te zoeken.
Tegelijk wordt verduidelijkt dat adviezen niet bindend zijn. Zo wil de decreetgever benadrukken dat de vergunningverlenende overheid zelf de eindbeoordeling van een aanvraag moet maken. Zij zal de aanvraag nog steeds moeten weigeren wanneer die strijdig is met direct werkende normen, maar het advies daarover is niet per definitie doorslaggevend.
Maatschappelijke meerwaarde als volwaardig beoordelingscriterium
Verder wordt de maatschappelijke meerwaarde van een project een volwaardig beoordelingscriterium in het vergunningsproces. Dit criterium laat vergunningverlenende overheden toe om naast de juridische conformiteit ook de bredere maatschappelijke, ecologische en economische baten van een project in hun beoordeling te betrekken. Het begrip an sich wordt niet gedefinieerd. Volgens de memorie van toelichting zal de verdere invulling ervan mede aan de rechtspraak worden overgelaten.
Wijzigingen rond de zaak der wegen en geïntegreerde procedure
De memorie kondigt ook een vereenvoudiging van de geïntegreerde procedure rond de zaak der wegen aan. Het georganiseerd administratief beroep tegen een gemeenteraadsbesluit bij de Vlaamse Regering wordt vervangen door een verplichte heroverweging van de beslissing door de gemeenteraad, uitgewerkt als een module in het Omgevingsvergunningendecreet. Volgens de Vlaamse Regering moet deze hervorming de procedure vereenvoudigen en vermijden dat projecten worden geblokkeerd door een afzonderlijk administratief beroep.
Transparantie en verantwoordelijkheid in inspraakprocedures: één openbaar onderzoek en verplichte herzieningsprocedure
In beginsel wordt nog slechts één openbaar onderzoek georganiseerd, bij de start van de procedure in eerste aanleg.
In laatste administratieve aanleg wordt een nieuwe inspraakmogelijkheid voorzien: de herzieningsprocedure. Belanghebbenden kunnen tegen een beslissing die in administratief beroep genomen is een schorsend verzoek tot herziening indienen bij datzelfde bestuur dat de beslissing in laatste administratieve aanleg heeft genomen. Zo krijgt de vergunningverlenende overheid de mogelijkheid om haar beslissing nog bij te sturen vóór een jurisdictioneel beroep wordt ingediend.
Aan deze herzieningsprocedure wordt een stel- en attentieplicht gekoppeld. Belanghebbenden moeten de herzieningsprocedure verplicht uitputten en daarin alle grieven tegen de vergunningsbeslissing aanvoeren. Voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen kunnen in beginsel alleen grieven worden aangevoerd die al in het herzieningsverzoek stonden, behoudens onwettigheden die uit de herzieningsbeslissing zelf voortvloeien.
De regeling beoogt onwettigheden al op administratief niveau te detecteren en vergunningsbeslissingen juridisch robuuster te maken. Eerder werd een stel- en attentieplicht al vernietigd door het Grondwettelijk Hof. Volgens de Vlaamse Regering verschilt deze regeling echter van die eerdere stel- en attentieplicht omdat de trechterwerking pas aan het einde van de bestuurlijke procedure intreedt, wanneer de belanghebbende kennis heeft van de beslissing en de relevante elementen. Een bezwaar tijdens het openbaar onderzoek of een onmiddellijke melding van alle juridische problemen is dus niet vereist. Het blijft evenwel de vraag of van een burger redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij in het herzieningsverzoek alle relevante juridische grieven formuleert en of deze stel- en attentieplicht daardoor wel de toets van het Grondwettelijk Hof zal doorstaan.
Mogelijkheid tot intrekking vergunningsbeslissing
Daarnaast wordt de mogelijkheid voor de vergunningverlenende overheid om een bestreden vergunning in te trekken tijdens een procedure bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen decretaal verankerd. Na de intrekking kan de overheid een nieuwe, verbeterde beslissing nemen. De intrekking houdt niet automatisch de erkenning van de onwettigheid van de oorspronkelijke beslissing in.
Wat betekenen de wijzigingen in de praktijk? De voorgestelde wijzigingen bieden meer mogelijkheden om een project tijdens het vergunningstraject bij te sturen, maar leggen tegelijk meer verantwoordelijkheid bij aanvragers en belanghebbenden. Vooral de wisselwerking tussen de pauzeknop, het herzieningsverzoek en de stel- en attentieplicht zal nauwgezet moeten worden opgevolgd zodra de definitieve teksten beschikbaar zijn.
De advocaten van onze vakgroep Bestuurs- en Omgevingsrecht volgen de verdere ontwikkelingen op de voet en zijn beschikbaar bij eventuele vragen of nadere toelichting.