De Kamer voor Ondernemingen In Moeilijkheden, of kortweg KOIM, is in de schoot van de Ondernemingsrechtbanken en binnen het insolventierecht de instantie die waakt over de financiële gezondheid van onze ondernemingen en die ingrijpt als er knipperlichten of alarmbellen afgaan.
Als zo’n alarmbellen afgaan – vb. het ontbreken van neerlegging van jaarrekeningen, meerdere verstekvonnissen, oplopende fiscale schulden, … – dan start de KOIM een procedure op.
In een eerste fase zal zij de onderneming en haar bestuurder(s) oproepen. Dagen die op, dan is er gelegenheid om de situatie toe te lichten en een toekomstprojectie te maken, gericht op oplossingen en continuïteit. Laat men na om op de uitnodiging in te gaan, dan bevestigt dat voor de KOIM algauw dat er insolventie dreigt, of dat er sprake is van inactiviteit.
In beide gevallen moet het rechts- en economisch verkeer beschermd worden en gaat de KOIM over tot verdere actie. Zij kan dan doorsturen naar het parket, dat dan mogelijk zal dagvaarden in faillissement, of naar de ondernemingsrechtbank, die ambtshalve de gerechtelijke ontbinding van de vennootschap kan uitspreken.
Recent worden er op deze wijze geregeld faillissementen en gerechtelijke ontbindingen uitgesproken. Actuele stakingsinitiatieven binnen de magistratuur kunnen dat misschien tijdelijk temperen, maar de opruimactie is kennelijk ingezet.
Bij GSJ merken we evenwel dat er nogal wat omstandigheden kunnen zijn, die maken dat de betrokkenen niet tijdig op de hoogte zijn van KOIM-initiatieven en dan toch schrikken als zij plots gecontacteerd worden door een curator of vereffenaar, of vaststellen dat de rechtspersoon eenvoudigweg ontbonden is.
Als u als bestuurder ongewild in deze situatie terecht geraakt, dan is het nog steeds mogelijk om de situatie recht te zetten en verzet aan te tekenen of hoger beroep in te stellen. Naargelang de procedure, gelden er korte termijnen van 15 dagen of een maand vanaf de publicatie van het vonnis in de bijlage bij het Belgisch Staatsblad. Spoed is meestal geboden, ook omdat er meestal toch één en ander moet worden voorbereid.
Natuurlijk is het ook van belang om de procedure correct in te stellen. Tot voor kort was er nogal wat onduidelijkheid ter zake van het verzet tegen een gerechtelijke ontbinding, maar kort geleden heeft de ondernemingsrechtbank te Antwerpen, afdeling Antwerpen, klaarheid gebracht: uitsluitend de vereffenaar moet worden gedagvaard door de betrokken onderneming. Daarbij dient die aan te tonen dat ze nog actief is, dat de oorzaak (doorgaans het niet-neerleggen van de jaarrekeningen) geregulariseerd wordt en dat de bestuurder voldoende beroepsbekwaam is om de onderneming voort te zetten.
Een oplosbare situatie dus, maar al bij al een hele boterham en dus iets om, als het even kan, van weg te blijven!
Bevindt uw onderneming zich in moeilijker vaarwater en dreigt een ontbinding of faillissement, dan kan u bij ons terecht voor bijstand en/of met uw specifieke vragen: team ondernemings- en insolventierecht, te contacteren via or@gsj.be.