Expertises Secteurs

Share

18.11.2025

Fiscale overmacht bij lokale belastingen: ruimte voor redelijkheid

Niemand is tot het onmogelijke gehouden, ook de belastingplichtige niet. Dat eeuwenoude Romeinse adagium (“impossibilium nulla obligatio est”) leeft vandaag nog steeds voort in de rechtspraak. Twee recente arresten van het hof van beroep Antwerpen (4 maart 2025, 2023/AR/549 en 1 april 2025, 2025/AR/333) tonen dat aan. In beide zaken werd een lokale belasting ontheven omdat de belastingplichtige zich volgens het hof van beroep terecht beriep op fiscale overmacht.

 1. Van burgerrechtelijke naar fiscale overmacht

Het begrip “overmacht” is afkomstig uit het verbintenissenrecht en duidt op een ontoerekenbare onmogelijkheid om een verplichting na te komen. In het fiscaal recht kan dat begrip niet zomaar één op één worden overgenomen. Fiscaal recht laat in principe geen ruimte voor billijkheidscorrecties, tenzij de fiscale wet of het belastingreglement dat zelf voorziet.

Toch heeft de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof en het Hof van Cassatie een eigen invulling ontwikkeld voor het begrip “fiscale overmacht”: ook als een belastingreglement niets zegt over overmacht, moet een vrijstelling mogelijk zijn om discriminatie te vermijden tussen belastingplichtigen die buiten hun wil om door onvoorziene, externe omstandigheden getroffen worden en zij die dat niet zijn.

2. Wat houdt fiscale overmacht in?

Volgens het hof van beroep Antwerpen betekent fiscale overmacht dat de belastingplichtige alle redelijke maatregelen heeft genomen om de belastbare toestand te voorkomen of te beëindigen, maar door oorzaken buiten zijn wil niet in staat was dat te doen.

Het gaat dus niet om absolute onmogelijkheid zoals in het burgerlijk recht, wel om redelijke onmogelijkheid: het criterium is dat van de “goede huisvader” of de “voorzichtig en redelijk persoon” die handelt binnen de grenzen van een normaal en zorgvuldig beheer van zijn vermogen. 

3. Twee arresten, één rode draad

Uit beide uitspraken blijkt dat fiscale overmacht draait om redelijk handelen in onredelijke omstandigheden. Wie kan aantonen dat hij actief heeft geprobeerd de belastbare toestand op te lossen, maar door onvoorzienbare of externe gebeurtenissen daarin wordt belemmerd, mag niet op dezelfde manier worden behandeld als wie niet getroffen worden door deze onvoorzienbare gebeurtenissen.

In het arrest van 4 maart 2025 ging het om assistentiewoningen die niet bewoond waren wegens een structureel overaanbod op de markt en de beperkte doelgroep van bewoners, nl. 65-plussers. De eigenaar had zijn woningen via een erkende uitbater aangeboden op de huurmarkt. Dergelijke manier van aanbieden was voor de eigenaar een verplichting. Het hof oordeelt dat deze handelswijze volstaat.

Het arrest van 1 april 2025 betrof een eigenaar die door een opeenstapeling van administratieve belemmeringen (stillegging van de werken, een onrechtmatig sloopbevel en geweigerde vergunningen) geen einde kon maken aan de verwaarloosde toestand van het gebouw. Omdat die belemmeringen nadien door hogere rechtscolleges werden vernietigd, kon de belastingplichtige geen fout worden verweten.

In beide dossiers koos het hof voor redelijkheid boven rigiditeit: fiscale overmacht werd aanvaard omdat de belastingplichtige aantoonde dat deze tevergeefs alle redelijke stappen had gezet om aan zijn fiscale verplichtingen te voldoen.

4. Een instrument van redelijkheid

Let wel, de figuur van de fiscale overmacht is geen vrijbrief voor wie belastingen wil ontlopen. Ze vergt een grondige bewijsvoering aan de zijde van de belastingplichtige: documentatie, correspondentie, vergunningen, marktgegevens…,  maar biedt tegelijk een noodzakelijke correctie op de strikte toepassing van lokale belastingreglementen. Zowel lokale besturen als rechters kunnen via dit concept ruimte laten voor redelijkheid en billijkheid, zonder afbreuk te doen aan de fiscale regelgeving zelf.

5. Besluit

Fiscale overmacht is een nuttig instrument om uitzonderlijke situaties rechtvaardig te behandelen. Ze herinnert ons eraan dat belastingen, hoe strikt ook, uiteindelijk mensen raken en dat redelijkheid geen zwaktebod is, maar een teken van fiscale gelijkheid.

Heeft u vragen over deze materie? Neem gerust contact op met onze vakgroep Ondernemingsrecht.