Het voorontwerp ter uitvoering van het Actieprogramma vergunningen hervormt ook het Gemeentewegendecreet op meerdere punten. De terminologie wordt vereenvoudigd, het verplichte gebruik van rooilijnplannen wordt teruggedrongen en de geïntegreerde procedure met de omgevingsvergunning krijgt een prominentere plaats. Ook de administratieve en jurisdictionele beroepsmogelijkheden veranderen.
Het voorontwerp werd op 17 juli 2026 voor de eerste keer principieel goedgekeurd en bevindt zich nog in de adviesfase. De teksten kunnen dus nog worden aangepast.
“Wijzigingen aan het gemeentelijke wegennet” wordt het centrale begrip
De afzonderlijke begrippen aanleg, wijziging, verplaatsing en opheffing maken plaats voor het overkoepelende begrip “wijzigingen aan het gemeentelijke wegennet”. De gemeenteraad blijft exclusief bevoegd om daarover te beslissen. Niet elke ingreep valt evenwel onder het nieuwe begrip: handelingen binnen bestaande weggrenzen en tijdelijke wegwijzigingen die nodig zijn voor vergunde werken worden niet langer als zo’n wijziging beschouwd en vereisen dus geen afzonderlijke gemeenteraadsbeslissing.
Minder vaak een formeel rooilijnplan nodig
Artikel 11 van het Gemeentewegendecreet wordt geschrapt, zodat gemeenten niet langer verplicht zijn om de ligging van hun gemeentewegen vast te leggen in gemeentelijke rooilijnplannen.
In de geïntegreerde procedure hoeft niet langer een afzonderlijk rooilijnplan bij de vergunningsaanvraag te worden gevoegd; de bouw- en verkavelingsplannen moeten de ligging van de wegen voldoende weergeven. Ook voor de vaststelling van dertigjarig publiek gebruik zou een grafisch plan volstaan. Wanneer de gemeente buiten een omgevingsvergunningsprocedure zelfstandig een wijziging van het wegennet vastlegt, blijft doorgaans wel een rooilijnplan vereist. Bij een loutere opheffing geldt die verplichting niet, omdat geen nieuwe rooilijnen worden bepaald.
Geïntegreerde procedure wordt volwaardig spoor
De geïntegreerde procedure wordt niet langer als een uitzondering behandeld, maar als een volwaardige procedure naast de autonome procedure van het Gemeentewegendecreet. Bovendien wordt het toepassingsgebied verruimd. De geïntegreerde procedure kan ook worden gebruikt wanneer wegen of rooilijnen in een BPA of RUP zijn vastgelegd. De gemeenteraad beoordeelt daarbij de aspecten van gemeentelijk wegbeheer, waaronder verkeersveiligheid en materiaalgebruik; de vergunningverlenende overheid beoordeelt de vergunningsaanvraag.
Eén administratief beroep en één bevoegde bestuursrechter
Voor gemeenteraadsbeslissingen over de zaak der wegen in een omgevingsvergunningsprocedure verdwijnt het afzonderlijke administratieve beroep. In de plaats komt een verplichte heroverweging door de gemeenteraad binnen het administratief beroep tegen de omgevingsvergunning. Vervolgens wordt de Raad voor Vergunningsbetwistingen bevoegd voor zowel de vergunningsbeslissing als de geïntegreerde wegenisbeslissing. Hierdoor zullen de vergunningsbeslissing en de wegenisbeslissing voortaan samen door hetzelfde rechtscollege worden behandeld. Voor beslissingen over wijzigingen aan het gemeentelijke wegennet die buiten een omgevingsvergunningsprocedure worden genomen, blijft de Raad van State bevoegd.
Ook opheffing van niet-gerealiseerde rooilijnen wordt eenvoudiger
De afzonderlijke begrippen aanleg, wijziging, verplaatsing en opheffing maken plaats voor het overkoepelende begrip “wijzigingen aan het gemeentelijke wegennet”. De gemeenteraad blijft exclusief bevoegd om daarover te beslissen. Niet elke ingreep valt evenwel onder het nieuwe begrip: handelingen binnen bestaande weggrenzen en tijdelijke wegwijzigingen die nodig zijn voor vergunde werken worden niet langer als zo’n wijziging beschouwd en vereisen dus geen afzonderlijke gemeenteraadsbeslissing.
De gemeenteraad zal een niet-gerealiseerde rooilijn geheel of gedeeltelijk bij eenvoudig besluit kunnen opheffen.
Wat betekenen de wijzigingen in de praktijk? De hervorming beoogt snellere en meer samenhangende procedures, maar roept ook belangrijke juridische vragen op. Zo moet nog blijken hoe de gewijzigde rechtsbescherming zich verhoudt tot het standstillbeginsel en of de bevoegdheidsoverdracht aan de Raad voor Vergunningsbetwistingen kan worden verantwoord op grond van artikel 10 van de Bijzondere Wet tot Hervorming der Instellingen.
De advocaten van onze vakgroep Bestuurs- en Omgevingsrecht volgen de verdere ontwikkelingen op de voet en zijn beschikbaar bij eventuele vragen of nadere toelichting.